maandag 11 april 2011

Beatrixpark

Op de eerste mooie voorjaarsdag ging ik met mijn vader wandelen in het Beatrixpark. Het viel ons allebei op dat er veel mensen in het park waren, wat ongebruikelijk is. Bij de meeste Amsterdamse parken is het eerder andersom: in het Sarphatipark zal je op een zonnige zondag geen grassprietje zien, zo veel mensen zijn er, maar in het Beatrixpark kun je gewoonlijk een rondje lopen zonder iemand tegen te komen. Toen ik jong was, kwamen wij er vaak en ik vond het soms een beetje een enge plek, omdat het er zo uitgestorven was.
In de middag las ik een voorpublicatie van een boek over de Noord/Zuidlijn in Het Parool met de veelzeggende kop ‘Elite Zuid duwde metro De Pijp in’. Het gebeurt niet vaak, maar bij het lezen van het stuk viel mijn mond open van verbazing. Wie van de hoed en de rand wil weten, moet het boek van Bas Soetenhorst maar kopen. Maar in een notendop: oorspronkelijk zou de lijn een halte hebben aan de rand van het Beatrixpark, aan de RAI-kant. Dan zou het RAI-publiek mooi gebruik kunnen maken van het Beatrixpark. Deze variant zou 150 miljoen euro goedkoper zijn, de bouwellende zou veel beperkter zijn tot vooral de achterzijde van het Beatrixpark, waar geen kip in de buurt woont (wel wat parkieten). Door een geraffineerde lobby van bewoners uit Zuid werd de metro naar de Ferdinand Bolstraat verplaatst. De straat is er eigenlijk te smal voor, dus moesten de tunnels onder elkaar worden aangelegd, wat moeilijker en duurder is en een langere bouwtijd vergt.
Nu begrijp ik dus waarom ik al jaren om de Ferdinand Bolstraat heen moet fietsen. Soms moet ik er toch zijn, als ik iets moet kopen bij de Kijkshop bijvoorbeeld, en ga ik daarna langs bij de moeder aller Febo’s.
Als ik daar dan mijn kroketje sta te eten met mijn neus voor het smalle fietspad waar iedereen zich doorheen perst en daarachter een enorme hijskraan, word ik gelijk claustrofobisch. Ik probeer mij dan voor te stellen hoe het zou zijn om daar te wonen.
Een kind in de Ferdinand Bolstraat dat zes jaar oud was bij het begin van de werkzaamheden, is 21 jaar als de metro eenmaal rijdt. Het brengt zijn hele jeugd door met bouwellende op een armbreedte afstand. Zodat, begrijp ik nu, een handjevol mensen in Zuid kunnen genieten van hun mooie en uitgestorven Beatrixpark.

In: Parool 9 april 2011. Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

dinsdag 5 april 2011

Kinderstrikje

Voor de eerste keer naar een filmpremière: een handleiding.
Black tie betekent dat je een smoking aan moet trekken. Koop een goedkope smoking, huren is duur, na drie keer dragen heb je het geld er al uit. Begin niet aan een echt strikje, dat is veel te ingewikkeld. Maar denk ook niet dat een voorgestrikt ‘kinderstrikje’ makkelijk is. Doe dat strikje dus niet op het laatste moment om. Mocht je dat toch doen: maak het vast met een knoop en knip de rest eraf.
Als het vrouwelijk gezelschap hakken draagt die hoger zijn dan haar voet lang is: neem een taxi. Maar dit blijft natuurlijk wel Nederland waar niemand gek doet: zelfs bij een filmpremière mag een taxi niet de Reguliersbreestraat inrijden. Hij zal stoppen op de Amstel, waardoor je heel erg glamoureus samen door een achenebbisj pissteegje moet steken. Daar kom je erachter dat je geen kauwgum bij je hebt. Dat is jammer, want je hebt net Bretonse viskoekjes gegeten. In het steegje staan echter twee hangjongeren die er dreigend uitzien, maar je een pepermuntje aanbieden uit een enorme snoepzak.
Na de rode loper pak je een glas champagne en loop je een kwartier voor de voorstelling naar boven. Op een groepje meisjes na die vrijkaartjes hebben gekregen omdat ze zijn gerold in Tuschinski is de zaal nog leeg. Maar daardoor kun je wel de beste plaatsen uitkiezen van de zaal, pal achter Carice van Houten, die in de film een Zuid-Afrikaanse dichteres speelt.
Na afloop van de film is de presentatie in handen van een journalist die een baanbrekend boek over de Nederlandse journalistiek heeft geschreven. Hij doet alsof hij heel erg gewoon is, maar trekt juist daardoor alle aandacht naar zichzelf, in plaats van naar de schitterende film die we zojuist hebben gezien. Hij zegt bijvoorbeeld: “Ik heb geen flauw idee waarom ze mij voor deze première hebben gevraagd.” En: “Ik hoor hier een bruggetje te maken naar het volgende onderwerp, maar ik weet niet wat voor bruggetje.” Vervolgens vraagt de journalist aan Carice van Houten: “Als je personage uit de film een dier zou zijn, wat voor dier zou dat dan zijn?” Als Carice van Houten – terecht – weigert daar een antwoord op te geven, en de journalist een minuut lang blijft proberen een antwoord te krijgen op deze kennelijk urgente vraag en je niet meer weet waar je je plaatsvervangende schaamte moet laten: vouw je handen voor je gezicht alsof je heel geconcentreerd luistert, terwijl je je wijsvingers in je oren doet.
Ga naar afloop naar de wc om je kinderstrikje weer goed te doen, praat, eet en dans, tot je er zwetend achter komt waarom die smoking zo goedkoop was: hij is van polyester. Loop vervolgens naar de fietstaxi’s op het Rembrandtplein. Het is een ontzettend romantische rit naar huis, dus dat de fietsende Rus veel te veel geld vraagt, maakt niets uit.

In: Parool 2 april 2011. Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

dinsdag 29 maart 2011

Ardennen-test

De ruimte waar ik zat leek sprekend op een Russische stolovaya: een deprimerende kantine waar het meeste meubilair, en sommige kruidenpotjes in de keuken, nog stammen uit de Sovjet-Unie. Alleen was het op deze februari-avond niet -30, maar plus 30 graden. Na een lange busreis vond ik het enige restaurant in het dorp. Er flikkerde een tl-balk, rond de balk vloog een enorme mot. De serveerster maakte mij duidelijk dat ik mijn avondeten minstens twee uur van tevoren had moeten bestellen. Het enige wat ze nog hadden waren twee roti-broodjes en een pannetje met linzen, waar ik al een uur en een kwartier op zat te wachten.

De enige andere mensen die zo idioot waren om hier te eten was een Duits stelletje. Ik kon niet verstaan waar het over ging, maar het was duidelijk dat ze ruzie hadden. De volgende ochtend zat de jongen in zijn eentje in dezelfde ruimte met zijn ontbijt: een roti-broodje en wat linzen. Ik ging bij hem zitten. Hij vertelde mij dat ze nog maar twee maanden samen waren, en hadden besloten samen een reis naar een avontuurlijk en exotisch land te maken. Dat bleek geen goed idee: zijn vriendin had zojuist het eerste vliegtuig richting Heimat genomen.

Een verre reis maken als je elkaar nog maar net kent is een zeer riskante onderneming. Voor iedereen met dit soort plannen: doe eerst de Ardennen-test. Ga een lang weekend met je nieuwe vlam buiten het seizoen naar de Ardennen, ergens in de buurt van Spa en Stavelot. Zorg dat het alle dagen druilerig doorregent. De bed and breakfast kostte een godsvermogen, maar al het geld is uitgegeven aan gouden ornamenten en purperen doeken in de kamer; zeep, handdoeken en wc-papier ontbreken. Elke ochtend zit je met de vrouw des huizes aan tafel die haar dochter aan een stuk door uitscheldt en in het Frans tegen je blijft praten, terwijl je al meerdere keren hebt duidelijk gemaakt dat je geen Frans spreekt. Overdag is het weer zo slecht dat je samen maar een grottencomplex in duikt, die grotendeels wordt bevolkt door kinderen met een poepluier.

's Avonds eet je een vieze pizza op een terras, waar je hardnekkig blijft zitten onder een parasol in de stromende regen, terwijl je je afvraagt wat je in vredesnaam de resterende drie dagen gaat doen. Kortom, c'est pas du romantique, maar dat is ook precies de bedoeling. Was het lange weekend ondanks de tegenslagen grappig en zelfs bij vlagen romantisch? Gefeliciteerd, jullie zijn klaar voor het grotere werk. Leek de vakantie meer op een Ardennen-offensief? Jullie passen prima bij elkaar. Maar ga niet samen naar een exotisch en avontuurlijk land.

In: Parool 12 maart 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

woensdag 23 maart 2011

CO2-karma

Even een update van mijn twintig jaar oude Jaguar: hij rijdt nog prima. Ik heb hem nog maar één keer naar de garage gebracht en dat kwam omdat ik vond dat je wel degelijk met je antenne omhoog door de wasstraat kan rijden. Ik kreeg hem niet helemaal omlaag en de antenne zag er stevig genoeg uit. En die zwabberdingen zien er altijd zo zacht uit! De man van Loogman waarschuwde mij nog, maar mijn koppigheid won. Binnen een seconde vloog de antenne eraf.
Verder heeft iemand een diepe kras in de zijkant gemaakt over de volle lengte. En blaast de ventilatie op willekeurige momenten met een willekeurige warmte. Maar het belangrijkste: hij rijdt nog steeds als een vliegend tapijt.
Wel zit ik nu met een nieuw probleem: echt zuinig is de Jaguar niet, ik heb niet voor niets twee uitlaten. Op een koude februari-ochtend komt er zoveel rook uit dat de auto mij doet denken aan de Hoogovens die plotseling tussen de duinen opdoemen. Daar zat ik over te piekeren, tot ik op een artikel stuitte dat ging over de CO2-overschotten die worden veroorzaakt door de vleesindustrie. Wat blijkt: het is beter voor het milieu om als vegetariër een jaar rond te rijden in een Hummer, dan een jaar te fietsen en vlees te eten. En dan zwijg ik nog over de boeren en scheten die koeien laten, die vol zitten met methaan, het allerergste broeikasgas.
Daarom ben ik sinds een paar maanden een parttime vegetariër. De extra uitlaat aan mijn auto compenseer ik met de twee dagen in de week dat ik geen vlees eet. En daarmee is de cirkel rond: ik ben vegetarisch opgevoed. Toen ik een kind was wist ik niet beter. Regelmatig kwamen vrouwen in ons huis groenten koken. Met als dieptepunt een macrobiotische vrouw die in de achtertuin wat bladeren bij elkaar scharrelde en met een komkommer in de oven deed. Op mijn zestiende namen vrienden mij mee naar de McDonald’s, en sindsdien eet ik vlees.
Ik verblijf op dit moment tijdelijk in een land waar bijna iedereen vegetarisch is. Het eten is zo lekker, origineel en avontuurlijk dat ik geen seconde vlees mis. Vlees eten is helemaal niet erg, maar een beetje minder kan best. En het is ook nog eens goed voor uw CO2-karma. Dus mocht u van plan zijn met uw Landrover naar Oostenrijk te rijden, of heeft u een winteravond doorgebracht op een terras op het Spui onder een straalkacheltje, zeg ik: geen nood, broodje falafel.


In: Parool 5 maart 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

dinsdag 22 maart 2011

Afhaalchinees

Op de PvdA stemmen is als eten halen bij de Chinees: van tevoren vind je het een reuze goed idee, en na afloop zit je veel te vol (je hebt ook nog die gebakken bananen besteld) en dan denk je: gadverdamme, wat heb ik gedaan? Zo gaat het bij alle verkiezingen, en altijd ben ik na afloop teleurgesteld.
Dit keer door een ex-burgemeester die is vergeten hoe je moet vechten. Dus had ik besloten om bij de volgende verkiezingen voor het eerst van mijn leven eens op een andere partij te stemmen. GroenLinks leek mij wel wat. De pacifisten waren erin opgegaan, en dat vond ik wel sympathiek. Ik bedoel: wat hebben wij eigenlijk aan een leger? En ik ben echt niet
naïef: IJsland en Costa Rica hebben al jaren geen leger en ondanks alle mooie geisers en stranden valt niemand die landen binnen.
Uitgerekend nu heeft GroenLinks het initiatief genomen een nieuwe missie naar Afghanistan te sturen, nadat Nederland zich na lang wikken en wegen had teruggetrokken. Ze noemen het een politietraining, maar dat is een term die veel te overzichtelijk is voor een land dat op instorten staat.
GroenLinks valt dus af.
Wat blijft over? Ik stem niet op one-issuepartijen (behalve de nog op te richten antiscooterpartij), dus dan vallen de Onafhankelijke Senaatsfractie (lokale belangen) en de PVV (wereldwijd emiraat) af. De Partij voor de Dieren krijgt dus ook niet mijn stem. Bovendien ben ik voor het fokken van walvissen op industriële schaal, en daar zullen ze vast moeilijk over doen. Een kip doden vind ik even erg als een walvis doden, maar als het toch moet: dood dan een walvis, zit een stuk meer vlees aan, is mijn gedachtegang.
Ik dwaal af. Ik ben tegen partijen met een religieuze inslag, dus vallen CDA, SGP en ChristenUnie ook af. Ontzettend jammer. De VVD vergeet ik even voor het gemak, dus blijven over: SP en D66. D66 is voor het referendum, en dus voor de macht van de meerderheid en dus voor de doodstraf, dus dat gaat ook niet. De SP is op zich wel een aardige partij en de partijleider vind ik wel een goeiige lobbes. Maar hun lijsttrekker heet Tiny Kox, en ik vind niet dat mannen Tiny moeten heten. Ik raak ervan in de war. Zo ken ik ook een vrouw die Joost heet. Stemmen is ook een beetje je hart volgen, vind ik. Doe er niet moeilijk over, heeft u een partijprogramma gelezen?
Dus in godsnaam maar weer de PvdA. Ik hoop vurig dat ik er niet een afhaalchineesgevoel aan overhoud. Anders gaat mijn stem bij de volgende verkiezingen naar de antiscooterpartij.

In: Parool 24 februari 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

maandag 21 maart 2011

Bonne soirée

De avond ervoor had ik een Russische vriend aan de lijn. Hij wilde weten hoe het ervoor stond in het paradijs Nederland. Ik vertelde hem dat ik een stukje had gelezen over ambulancepersoneel dat lastig gevallen werd terwijl zij het leven van mensen probeerden te redden. “Waarom worden ze dan lastig gevallen?” vroeg hij. Daar kon ik ook geen antwoord op geven.
De volgende ochtend stond ik vroeg op om de trein naar Parijs te nemen. Ik liep naar buiten en zag de vuilniswagen achteruit mijn doodlopende straatje inrijden. Op de zijkant van de vuilniswagen stond de tekst ‘Tegen agressie wordt onmiddellijk aangifte gedaan.’ Terwijl de vuilnismannen mijn zeer bejaarde kerstboom in de wagen gooiden, vroeg ik mij af op welke manier een vuilnisman agressie op zou kunnen wekken.
In de metrowagon was het vol met passagiers van de ochtendspits, en iedereen perste zich langs geïrriteerde reizigers naar buiten. Ik moest denken aan een week ervoor. Bij het naderen van de volgende halte vroeg ik aan de vrouw voor mij of zij er misschien uit moest. Dit is normaal in de Moskouse metro; als die persoon er niet uit moet doet hij of zij een stapje opzij, zodat niet iedereen zich op het laatste moment door de menigte hoeft te dringen. Ik legde dit uit aan de vrouw, maar zij zei verontwaardigd dat ik maar moest wachten, waardoor ik mij op het laatste moment uit de trein moest wringen en iedereen begon te schelden.
Op het perron had ik nog net genoeg tijd om een kopje koffie te kopen in de kiosk op het perron. Een conducteur maakte een praatje met de koffieverkoopster. Ze vroeg hoe het ging, hij antwoordde: “Nou, wel ok. Maar vorige week ben ik twee keer in mijn gezicht gespuugd.” De verkoopster knikte en keek de man aan alsof hij het over een spoorwijziging had.
De rest van de dag bracht ik in het Parijse appartement door met het lezen van het boek Talk to the hand. The utter bloody rudeness of everyday life. Het lag er op een tafel alsof het voor mij bedoeld was. Pas ’s avonds ging ik buiten een wandelingetje maken. Ik liep langs een telefooncel waar iemand met isolatiemateriaal een soort huisje van had gemaakt. Net toen ik mij afvroeg hoe je staand kan slapen, kwam er een zwerver naar mij toe en vroeg om wat centimes. In mijn beste Frans antwoordde ik dat ik zonder geld een wandeling was gaan maken. De zwerver keek mij vriendelijk aan, zei “Bonne soirée” en stapte de telefooncel in.

In: Parool 17 februari 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)

dinsdag 15 februari 2011

Miss Prosecco

Afgelopen weekend ging ik maar eens mijn Dirktas met foto’s doorspitten. Voor een interview had ik wat oude vakantiefoto’s nodig, en van het één kwam het ander en nu ligt mijn hele woonkamer vol met stapeltjes foto’s van een hele hoop verschillende vakanties, met de bedoeling ze in te plakken. Eigenlijk ben ik er al weer een beetje op uitgekeken, maar kan ik door die stapeltjes al een paar dagen niet aan de eettafel zitten. Ik weet niet hoe ik uit deze status quo kom. Uiteindelijk zullen alle foto’s wel weer ongeordend in de Dirktas verdwijnen.
Enfin, bovenop de stapel Amsterdam-Zuid lag een foto van mijn oppaskind, Joris Lam. Als ik daar kwam oppassen, hadden we altijd de grootste lol. Ik kan mij nog herinneren dat ik een heel goedkope digitale camera had. Samen liepen we naar het Museumplein met een frisbee. We gooiden de frisbee in de lucht, maakten er vage foto’s van met mijn camera en postten die dan op websites van ufo-spotters.
Toen Joris een jaar of twaalf werd, verloren wij elkaar uit het oog. Via via hoorde ik dat Joris in de tussentijd uit de kast was gekomen, om beter te zeggen uit de kast, door de kamer, en op de straat. Ik bedoel, hij blogt onder de naam Miss Prosecco. Sindsdien duikt Joris regelmatig op in de media. Hij schijnt in een programma te figureren dat Bij ons in de PC heet, waarmee hij een rel veroorzaakte door te zeggen: “Ikea is eigenlijk net een terrasje. Heerlijk. Lekker kijken naar dikke tienermeiden achter een buggy, die een halfbloedje voortduwen. Dan kom je terug van Ikea weer Amsterdam-Zuid in en denk je: eindelijk weer mooie mensen.” Bij SBS zag ik hem langskomen bij de top-25 van meest opvallende persoonlijkheden. En laatst stond hij op de voorpagina van Het Parool, waar hij leiding gaf aan een pro-bontdemonstratie.
Ik heb het idee dat Joris met volle teugen geniet van alle aandacht, op de biografie van zijn Twitterpagina staat ‘als het per se moet ben ik ook nog wel eens te porren voor een tv momentje’. Dat is zijn goed recht. Maar het blijft natuurlijk wel mijn oppaskind, dus kan ik het toch niet laten om een advies te geven: televisieroem is misschien verslavend, maar vaak zo vergankelijk als de bubbels in een glas prosecco. Wat minder tv-momentjes is echt niet erg, helemaal als je nog maar negentien bent. De wereld is groter dan Amsterdam-Zuid, studeer, reis rond! En mocht je daar echt geen zin in hebben: ik ben altijd beschikbaar om weer te gaan frisbeeën op het Museumplein. Ik garandeer je de volledige aandacht van ufo-spotters wereldwijd.

In: Parool 12 februari 2011
Eerdere columns verschenen in de bundel Van Moskou tot Medan (Prometheus)